Verwerkingsinformatie

Praktische instructievideo's en verwerkingsadvies
Als je zelf een terras of pad aanlegt, wil je natuurlijk dat de zorgvuldig uitgekozen bestrating er de komende jaren nog even mooi bij ligt als in het begin. Om je hier goed bij op weg te helpen heeft GoedkopeSierbestrating.nl een beknopte handleiding voor je geselecteerd om de sierbestrating in je tuin op de juiste wijze te verwerken voor een schitterend eindresultaat. 


Inhoudsopgave
1. Verwerkingsadvies
- Het tuinontwerp
- Uitzetten
- Afgraven
- Aanbrengen zandbed
- Aanbrengen afschot
- Stellen kantopsluiting
- Verdichten en afreien
- Leggen bestrating
- Aftrillen
- Invegen of voegen

2. Enkele aandachtspunten 
- Controle en verwerking van volle pakken
- Gestabiliseerd zand
- Betonmortel maken
- Gebruik geen strooizout


1. VERWERKINGSADVIES (IN WERKVOLGORDE)
Ad 1. Het tuinplan/ -ontwerp
Het realiseren van een mooie tuin begint met het maken van een plan. Een veelgemaakte fout is dat een tuin te vol wordt. Maak daarom duidelijke keuzes voor zaken die je belangrijk vind. Heb je kleine kinderen? Dan vind je veel gras of een zandbak misschien belangrijk. Hou je van tuinieren dan zijn veel borders wellicht de juiste keuze. Denk dus vooraf na over wat je belangrijk vind. Een plan maken voor een bestaande tuin is goed mogelijk, maar let dan wel extra goed op. Als je de tuin aanpakt en het budget laat het toe, doe het dan grondig. Zorg ervoor dat de tuin goed aansluit bij je wensen zonder teveel rekening te houden met de bestaande tuin. Het volgende zeven stappenplan helpt je bij het realiseren van je droomtuin!

Het 7-stappenplan

1. De maten. Neem de maten van de tuin op en teken de vorm na op een stuk papier. Gebruik voor een grote tuin een schaal van 1:100 (1 meter in de tuin is 1 centimeter op papier), voor kleinere tuinen 1:50 (0,5 meter in de tuin is 1 centimeter op papier).

2. Externe factoren. Waar komt de zon op en waar gaat hij onder? Is er een plek in de tuin waar veel wind staat? Waar heb je (geen) inkijk van de buren? Dit kun je eventueel op de tekening aangeven, maar zorg er in ieder geval voor dat je deze dingen in de gaten houdt bij het maken van het plan.

3. Indeling terras en tuin maken. Maak nu een verdeling tussen het terras en de tuin. Een terras dat grenst aan het huis is het meest praktisch, maar bedenk dat je dan vaak tegen de tuinstoelen aankijkt. Ook kan het zijn dat de zon juist in een ander deel van de tuin schijnt. Het is leuk en handig om twee plekken in de tuin te hebben waar je kunt zitten. Je kunt dan bijvoorbeeld genieten van de eerste voorjaarszon, maar ook in de schaduw zitten als het hoogzomer is. De grootte van een terras is afhankelijk van het aantal personen dat er moet kunnen zitten. Als vuistregel kunt je minimaal 2,5 m² per persoon aanhouden. Dus 6 personen betekent een terras van 15m². Heb je een bestaande tuin? Bedenk dat het verplaatsen van een bestaand terras arbeidsintensief en prijzig kan zijn in verband met het aan- en afvoeren van zand en grond. Een nieuw terras aanleggen op de plek waar het oude lag is vaak minder werk en goedkoper.

4. Basisontwerp maken. Nu kun je een eerste basisontwerp van de tuin maken. Hou je van strak? Of juist van rond? Voor kleine tuinen worden vaak diagonale lijnen gebruikt. De tuin oogt dan ruimer en is wat speelser. Denk aan de positie van de zon bij het ontwerpen van de borders. Hou je van planten die groeien in de schaduw, of die juist veel zon nodig hebben? Het belangrijkste is dat je een plan maakt dat bij je past.

5. Stenen kiezen. Stenen of tegels vormen de basis van je tuin. Zorg ervoor dat de stenen passen bij het tuinontwerp. Heb je een strak ontwerp? Kies dan een strakke steen of tegel met een wat groter formaat. Tuinen met veel ronde vormen zijn vaak meer geschikt voor kleinere speelse stenen. Het beperken van het aantal kleuren en maten zorgt ervoor dat een tuin rustig blijft. Wanneer je gebruikt maakt van stenen met veel verschillende maten en kleuren wordt je tuin daarentegen drukker. Soms is het mogelijk om bestaande stenen te combineren met nieuwe stenen. Grote tegels vragen minder onderhoud omdat ze minder voegen hebben. Het nadeel is dat grote tegels soms lastiger te leggen zijn. Kies je voor kleine stenen (abbeystones, waalformaten, etc) denk dan na over het patroon, bijvoorbeeld halfsteensverband of visgraat. 

6. Beplanting. Het volgen van een aantal basisprincipes zorgt voor een mooie beplating van de tuin. Denk voor de aankoop van uw beplanting goed na over wat je belangrijk vindt. Misschien vindt je het fijn dat planten in de winter groen blijven of dat je in ieder jaargetijden bloeiende bloemen en planten te zien hebt. Houdt ook rekening met de hoeveelheid zon in je tuin. Als je niet van tuinieren houdt kun je het beste kiezen voor dichte beplanting zodat onkruid minder kans krijgt.

7. Plan van aanpak. Wanneer je goed weet hoe je tuin er uit moet komen te zien (welke bestrating en welke beplanting) maak je als laatste een goed plan van aanpak met een duidelijke planning. Zorg dat er voldoende ruimte is voor onverwachte vertraging. Begin met het afvoeren van oude bestrating en rommel in uw tuin. Na het verwijderen van ongewenste planten, struiken en bomen kan begonnen worden met het grondwerk. Oude grond en klei wordt afgevoerd, nieuwe grond en zand wordt aangevoerd. Na het aanleggen van de bestrating en de borders is het gazon aan de beurt. Overigens, vaak is het handig om eerst de achtertuin aan te leggen, met namen als de achtertuin alleen via de voortuin bereikbaar is. Zware machines hoeven dan niet over het nieuwe straatwerk in de voortuin heen te rijden.

Ad 2. Uitzetten
Op basis van het tuinplan zet je eerst de omtrek van de te bestraten vakken uit en de juiste hoogte. Het meest eenvoudig is om dit met behulp van metseldraad en houten piketpaaltjes te doen.

Ad 3. Afgraven zandbed
Nadat je de te bestraten onderdelen hebt uitgezet graaf je deze uitgezette delen af. Het zandbed onder de bestrating moet minimaal 15 cm dik zijn. Bij een slappe ondergrond, zoals bijvoorbeeld klei, is een zandbed van minimaal 20 cm aan te raden. Op plaatsen die zwaar worden belast, bijvoorbeeld de oprit, is 25 tot 35 cm de norm. 
 
Ad 4. Aanbrengen zandbed voor een goed fundament
De basis voor elke oprit of terras wordt gevormd door een goed fundament. Een goede fundering bepaalt het eindresultaat en de duurzaamheid van uw oprit of terras. Doordat iedere situatie echter anders is, wordt het onmogelijk om voor elke mogelijke ondergrond het toepasselijke funderingsadvies te verschaffen. Toch willen wij je graag enkele basisregels meegeven.
 
Hoe minder draagkracht de bestaande ondergrond heeft, hoe zwaarder en dikker de funderingslaag moet zijn. De meeste funderingen bij particuliere projecten bestaan uit 2 lagen, een waterdoorlatende onderlaag die meestal bestaat uit een grove steenslag of gebroken puin in de maat 20/32 (al dan niet met met zand/cement gebonden) en een afwerklaag die bestaat uit grof zand of gestabiliseerd zand (zand gecombineerd met cement). De dikte van de totale onderlaag varieërt tussen de 15 en 35 cm.  De gebruikte materialen voor de onderlaag dienen in ieder geval goed te worden verdicht door aanstampen, trillen of walsen. Daar waar de ondergrond slechts zeer weinig draagkrachtig is, en in die gevallen waar men twijfelt over de draagkracht van de bestaande ondergrond, adviseren wij het gebruik van een geotextiel. Dit kunststof doek moet worden geplaatst onder de funderingsmaterialen, zodat de druk gelijkmatiger wordt verdeeld. Bovendien zorgt een geotextiel ervoor dat de funderingsmaterialen goed gescheiden blijven van de bestaande ondergrond. 

Een andere basisregel is dat dunne materialen zoals (natuursteen)tegels van 1 á 4 cm dik om een stevigere fundering vragen. De tegels zullen dan gelegd moeten worden in specie op een massieve betonplaat of goed gemengd gestabiliseerd zand (5 of 6 delen zand en 1 deel trascement). De laagdikte van deze stabilisatielaag (bovenin het zandbed) moet ca. 5 tot 8 cm zijn. Denk eraan dat je altijd wit cement gebruikt en geen grijze portland, die kan lelijke plekken veroorzaken op/in de tegels.
 
Vervolgens bepaald de verwachte belasting (druk) de dikte van het fundament. Voor een oprit, waar auto’s overheen moeten, moet de fundering steviger en dikker zijn, dan voor bijvoorbeeld een looppad (minimaal 15 cm). Daarom moet je bij een oprit een extra dik zand bed aanbrengen van tenminste 25 tot 35 cm. In plaats van zand wordt voor de stevigheid ook vaak voor een deel gebroken puindeeltjes of hoogovenslakken gekozen. De extra sterke onderbouw samen met de bestrating zorgen voor een tijdloze en degelijke oprit. 

Tot slot, houdt er tevens rekening mee op wat voor soort grond je de materialen legt. Op kleigrond zul je een fundament moeten aanleggen dat meer water door laat dan een fundament op zandgrond. Klei houdt namelijk meer vocht vast, als dit vocht niet weg kan, zal het door de tegels/bestrating trekken. Dit geeft dan lelijke plekken in uw bestrating.

Let op: dilatatievoegen bij natuursteen
Indien bij terrassen de oppervlakte meer dan 15 m2 of de lengte meer dan 5 m1 bedraagt, dient een uitzettingsvoeg voorzien te worden dwars door de fundering (zandbed) en de legmortel. Aan de aansluiting met de gevel voorziet men eveneens een uitzettingvoeg door het plaatsen van isolatiefoam of een gelijkwaardig product. 

Ad 5. Aanbrengen afschot voor een goede afwatering
Alle tegels en bestratingen zul je op afschot van minimaal 1% (=1 cm per m1) moeten aanleggen om waterophoping zoveel mogelijk tegen te gaan. Het afschot moet zo worden uitgevoerd dat het water de juiste kant oploopt, dus van het huis af. 

Om de stabiliteit van de ondergrond te verhogen kunt je een laagje droog trascement over het zandbed uitstrooien. Hark vervolgens dit cement enkele centimeters diep door het zandbed en stamp het zandbed nog eenmaal aan. Gebruik hierbij geen water, want dan wordt het cement al hard voordat je de bestrating hebt verwerkt.
Ad 6. Stellen kantopsluiting 
Om er zeker van te zijn dat de bestrating niet meer verschuift, moet er langs de buitenkant een band worden aangebracht. De bestrating wordt dan als het ware 'opgesloten'. Hiervoor zijn bij GoedkopeSierbestrating.nl een keur aan opsluitbanden en palissaden verkrijgbaar. De opsluitbanden dienen dikker te zijn dan de rest van de bestrating. Kies je voor een steen van 5 cm dik, dan zou de opsluitband 8 à 10 cm dik moeten zijn. Opsluitbanden worden meestal iets lager geplaatst dan de bestrating (circa 3 cm). Bij natuurstenen bestrating wordt vaak gewerkt met hardstenen of granieten opsluitbanden. Je kunt ook kiezen voor natuurstenen Waalformaten als opsluiting of de mogelijkheid om een rollaag van bijvoorbeeld klinkers toe te passen.

Bij een grondkering of niveauverschil met betonpalissaden zou normaal tweederde van de lengte in de grond verdwijnen. Met een beetje betonmortel aan de achterzijde van de betonpalissade maak je het steviger zodat je met minder diepte kunt volstaan. Bij een stapelmuurtje met dezelfde versteviging van betonmortel bespaar je zelfs materiaal omdat je geen hele maar ook halve plaatjes kunt gebruiken. Het gaat per slot van rekening om het aanzicht. Je kunt natuurlijk ook los stapelen zonder de versteviging van betonmortel. Zorg er dan voor dat je een beetje achterover stapelt om de gronddruk te kunnen weerstaan. 
 
Ad 7. Verdichten en vlak maken (afreien) 
Als de kantbandjes gezet zijn, is het zandbed eenvoudig vlak te trekken. Bij grotere oppervlakten gaat dit op dezelfde manier. Alleen worden dan eerst lange rechte afrijlatten waterpas op het zand bed gelegd. Daarna wordt tussen in het zand vlak getrokken. Zorg ervoor dat het zand van tevoren goed verdicht is door aanstampen of aftrillen met een trilmachine.

Ad. 8. Leggen van de bestrating

Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat er met schoon zand en, indien nodig, cement van goede kwaliteit wordt gewerkt. Heb je een lichte kleur natuursteen uitgekozen dan kunt u het beste trascement gebruiken. Let er bij natuursteentegels ook op dat de ondergrond goed doorlatend is. Natuursteen tegels leg je over het algemeen met een kleine voeg op de funderinglaag. Leg natuursteentegels die een voeg vereisen vooral niet tegen elkaar aan. De stenen kunnen elkaar beschadigen als er over de bestrating wordt gelopen of gereden, en ook onder invloed van het weer kan de bestrating wat 'werken'. Daarnaast ligt een natuurstenen bestrating veelal mooier met een voeg omdat geen twee stenen identiek zijn (er kunnen zich immers kleine maatverschillen voordoen). De voeg verbindt de stenen met elkaar zonder dat ze elkaar raken. De breedte van de voeg is afhankelijk van het materiaal: hoe grover de steen, hoe breder de voeg moet zijn. 

Ad 9. Aftrillen 
Na het aanleggen van uw sierbestrating moet je de bestrating aftrillen. Reinig de trilplaat grondig voor het aftrillen (zand en/of cementresten en roest kunnen je bestrating vervuilen). De bestrating moet schoon en droog zijn voordat je aan het aftrillen begint. Let op dat je niet een te zware trilplaat gebruikt.

Getrommelde betonbestrating, betonstenen met een vellingrand en gebakken bestrating kun je op de gebruikelijke wijze met een metalen trilplaat aftrillen. Voor andere producten moeten extra voorzorgsmiddelen genomen worden. Zoals betonstenen zonder facet, uitgewassen deklaag stenen en strakke stenen zonder facet . Deze moet je aftrillen met een lichte trilplaat met een rubberen mat. Hierdoor verkom je beschadigingen aan de steen, bij de strakke stenen zonder facet kan het voorkomen dat er alsnog kleine stukjes van de steen afspringen op de hoek van 90 graden. Dit zal altijd een zwakke plek blijven en is dan ook geen reden voor reclamatie. 

Grote tegels van beton of natuursteentegels mogen niet worden afgetrild, deze zul je met een schone rubberen hamer aan moeten slaan, dit ter voorkoming van het breken van de tegels of het ontstaan van (haar)scheuren.

Ad 10. Invegen of voegen
Bij bestratingen zijn schoon zand of split geschikte voegmaterialen (zand 0-2 mm tot 0-4 mm, split 1-3 mm tot 2-5 mm). Vul de voegen vóór het aftrillen van de bestrating. Na het aftrillen, zal een tweede vulling van de voegen noodzakelijk zijn. Let hierbij op dat de trilplaat van de trilmachine schoon is. 
 
Naast traditioneel invegen kun je ook kiezen voor een voeg. Wanneer u kiest voor een brede voeg tussen de stenen, dan creëert u een klassieke uitstraling. De voeg kun je vullen met voegmortel of siersplit. Afhankelijk van de de breedte van de voeg en de gebruikte steen kies je een voegproduct. Wil je de voegen benadrukken dan is het mooi een voegproduct te gebruiken dat contrasteert met de stenen. 

Bij gebruik van voegspecie, moet de voegbreedte minimaal 5 mm bedragen. Vanzelfsprekend dien je ervoor te zorgen dat de gebruikte voegspecie geschikt is voor het gebruik buitenshuis. Bij gebruik van kant-en-klare voegspecies dienen de tegels gedurende, en onmiddellijk na de verwerking, goed schoon te worden gemaakt. Dit schoonmaken is zeer noodzakelijk om mogelijke resten van voegspecie bovenop de tegels te verwijderen. Maak niet de fout om de voegen tussen betonnen tegels in te wassen zoals je met plavuizen in huis zou doen. Beton werkt als een magneet op cement. Het cement zet zich onmiddellijk op alle betonnen producten vast en is er uiterst moeilijk en soms helemaal niet meer vanaf te krijgen. Voegen tussen tegels moet u met een voegspijker en vrij stevige specie dicht smeren. Verwijder tijdens het werk direct alle cementresten die buiten de voeg terechtkomen. Kortom, werk zo schoon mogelijk. 
 
2. ENKELE AANDACHTSPUNTEN  
Controle en verwerking van volle pakken
Controleer de partij bij aflevering op afmeting, kleur etc. Bij twijfel aan de kwaliteit van de materialen moet je direct contact opnemen met GoedkopeSierbestrating.nl. Verwerking van de stenen betekent acceptatie van de materialen en is geen reden voor reclamatie. Als er bij aflevering geen schade gemeld is, hebben wij geen andere keus dan aan te nemen dat de schade in een latere fase is ontstaan. Dit geldt voor alle bestratingsmaterialen.

Bij genuanceerde kleuren wordt een optimale kleurmenging verkregen door de pakketten in de juiste volgorde aan te breken. Dit betekent dat je de pakketen van boven naar beneden moet verwerken en niet laag voor laag. Heb je meerder pakketten dan moet je de pakketten door elkaar verwerken. Dit geldt ook voor stenen van een enkele kleur bijvoorbeeld antraciet.

Let op: kleurschakering bij natuursteen 
Natuursteen is uniek in zijn kleurnuancering en structuur. Geen twee stenen zijn hetzelfde. Daarom dienen alle tegels, bestratingmaterialen en andere natuursteenproducten vóór verwerking uit verschillende verpakkingen gemengd te worden. Op deze manier wordt de meest harmonieuze verdeling van kleuren en schakeringen van het gebruikte materiaal verkregen.

Gestabiliseerd zand maken
Gestabiliseerd zand is een mengsel van zand en trascement. In de verhouding 5-6:1, dus vijf of zes scheppen zand en 1 schep trascement.

Betonmortel maken 
Betonmortel is een mengsel van grind, zand en cement. In de verhouding 3:2:1, dus drie scheppen grind, twee scheppen zand en 1 schep cement.

Gebruik geen strooizout
Strooizout kan diverse betonproducten aantasten. Het is behoorlijk agressief spul. Vooral de opgebrachte toplagen op tegels e.d. kunnen ervan te lijden hebben. Dat geldt speciaal voor de bescherm polish op bijv. geslepen tegels. 
You are using a really old version of
Internet Explorer, click here to upgrade your browser.
x